Showbizzsite 2020
De NV Antwerps Sportpaleis en vzw Botanique slaan handen in elkaar voor de uitbating van het Brusselse Koninklijk Circus. Dat hebben de twee partijen vrijdag gecommuniceerd.
Deze twee op het eerste gezicht erg verschillende partijen hebben elkaar gevonden om gezamenlijk een dossier in te dienen met het oog op de verwerving van de uitbatingsrechten van het Koninklijk Circus.
Maar zo vreemd is die situatie niet, integendeel. Het mag duidelijk zijn dat de twee organisaties heel complementair zijn met elkaar en op deze manier elkaar perfect aanvullen om te voldoen aan de door de stad Brussel vooropgestelde criteria.
Botanique zal in de samenwerking het artistieke traject voor zijn rekening nemen en erop toezien dat de verankering van het Koninklijk Circus in de Brusselse muzikale scène verzekerd zal zijn. Verder zal Botanique de algemene artistieke beleidslijnen bewaken opdat een coherente programmatie doorheen het seizoen verzekerd is. Zoals eerder omschreven is Botanique op basis van zijn ervaring en reputatie absoluut de best mogelijke partij om deze taak op zich te nemen.
Het Sportpaleis neemt op zijn beurt het management van de zaal op zich, bij uitstek een activiteit die tot de kern van deze marktleider behoort en financiële input vereist die bij deze vennootschap in ruime mate aanwezig is. Het Koninklijk Circus zal zich maximaal kunnen ontwikkelen onder de vleugels van de Sportpaleis Groep en mee kunnen liften op alle (schaal)voordelen van een grote organisatie, zonder zelf zijn identiteit te verliezen.
Niettemin is deze samenwerking speciaal en uniek, ook op een aantal andere vlakken. Zo is dit ook een perfect huwelijk tussen de gesubsidieerde sector en een commercieel bedrijf. Het Koninklijk Circus positioneert zich met zijn capaciteit die vergelijkbaar is met die van de AB op de rand van al dan niet leefbaarheid binnen de commerciële wereld. Het interessante aan deze samenwerking is dat het gesubsidieerde circuit deels zal kunnen genieten van de voordelen van de commerciële wereld en omgekeerd.
Ook het feit dat een vzw, gesteund door een Franstalige overheid, samen in een dossier stapt met een commerciële vennootschap die haar activiteiten voor het merendeel in Vlaanderen ontplooit, is redelijk uniek in de vrijetijdssector.